LESKAARTEN VOOR COPUSQUIA
Locatie: Copusquia - Bolivia - Latijns Amerika
Project: Tierra Espiritual
Ambassadeur: Sara ter Beeke
Sara ter Beeke
Theatermaker
28 juni 2009
Ik sta in de deuropening van het klaslokaal, mijn hand uitnodigend in een soort van richtingwijzer op de deur geplakt: hier moet je naarbinnen. De leraren zitten aan de rand van het grasveld, bij te komen van hun werkdag, te kletsen over choclo (maïs). Naast het schoolgebouw ligt de oogst van Professor Pablo te drogen in de zon. Ik wil beginnen met mijn les, maar nog niet de helft van mijn klasje is aanwezig. Ben ik hiervoor zo gehaast door die bergen gerend? Om de tijd te doden verdeel ik mijn stadse chocoladekoekjes onder een aantal nieuwsgierige kleine meisjes, die er gelijk mee wegrennen om ze achter een steen in de schaduw voorzichtig op te peuzelen.
De leraren hebben mijn leskaartenset gekregen, elk een map met 18 geplastificeerde theateroefeningen en een bladzijde uitleg over het waarom en hoe in te zetten. Gister heb ik een voorbeeldles met ze gedaan, een theaterles geschikt voor jongeren, want deze week doen ook een aantal docenten van het colegio (middelbare school) mee. Maar vandaag is het hun beurt, zij gaan lesgeven en ik ga ze daarbij helpen.
Profesor Pablo wil wel beginnen. Hij geeft ons allemaal een dierennaam, en begint vervolgens te vertellen ´De kat wordt wakker en gaat eten. De vlieg (= ik) vliegt door de kamer, en gaat zitten op de hond´. Pablo doet het best goed, maar ik leg uit dat het de bedoeling is dat alle leerlingen tegelijk spelen, en niet één voor één zoals nu. Hoewel het duidelijk op de leskaart beschreven staat, heeft hij het niet zo begrepen. Dan geef ik Profesor Martin het woord, maar hij kijkt zo wazig naar z´n kaartje en heeft het dus duidelijk niet voorbereidt. Ik geef hem nog even tijd. Dan vraag ik Profesora Yola, maar zij zegt dat ik haar gister geen oefening heb gegeven, hoewel ik zeker weet van wel. Wat is dit? Sta ik aan een stelletje middelbare scholieren les te geven? Even ben ik van mijn stuk gebracht en kijk ik hulpeloos naar Boris, die grijzend achter z´n camera verscholen zit, maar dan bedenk ik me dat ik eigenlijk niet anders had kunnen verwachten. Deze mensen zijn leraren, maar hebben geen Pabo gevolgd zoals in Nederland, met gezellige kringliedjes en didactisch verantwoorde spelletjes. Ze kennen geen theater zoals ik dat ken, hebben nog nooit een voorstelling gezien en zijn in dit dorp afgeschermd van de overdreven soaps op televisie en de grote carnavalparades in de stad.
Even slikken, en weer doorademen. Samen kunnen we het wel. Klap doorgeven, perfecte kring, vampiertikketje, commando, wie wat waar, scenes vanuit freeze, etcetera, etcetera. De leraren geven les alsof ze voor hun eigen klas staan, en ik leg uit waar nodig en stuur bij met tips. Profesora Elisabeth blijkt bijzonder getalenteerd en, zoals ze in haar rol van moeder haar zoon dood op de grond vindt en schreeuwt van verdriet, weet ze iedereen tot tranen toe te raken. En haar energie in het lesgeven, vol enthousiasme, alleen: een tikkeltje autoritair. Ik geef haar als tip dat als de leerlingen niet direct voor publiek hoeven te spelen, ze waarschijnlijk wat minder timide zullen zijn in het spelen, en meer fantasie zullen tonen. Ze bedankt me en ik geef haar een compliment. Tot laat in de middag zijn we bezig om alle oefeningen gedaan te krijgen. Ik ben blij als de middag erop zit, want spelen en tegelijk in het Spaans didactische tips geven is erg vermoeiend.
We eindigen in een kring. ´Heeft iemand nog een vraag?´ Even is het stil, maar dan hoor ik Profesora Maritza zachtjes zeggen: ´Ja, die ene oefening, jeweetwel, kunnen we die nog een keertje doen?´ Die ene oefening is de Hooligian, die de leraren met alle plezier doen, ondanks hun gebrek aan lichamelijke coördinatie. ´Een keertje nog dan´. Iedereen kijkt elkaar gespannen in de ogen, ademt diep in, en gaat. ´Un dos tres cuatro cinco seis siete ocho, un dos tres cuatro cinco seis siete ocho, un dos tres cuatro cinco seis siete ocho, un dos tres cuatro cinco seis siete ocho, un dos tres cuatro, un dos tres cuatro, un dos tres cuatro, un dos tres cuatro, un dos, un dos, un dos, un dos, un, un, un, un, un, un, un, un.´ Buiten adem barsten we in lachen uit.
Die avond hebben we een feestje in het huis, en het gebruik is dat elke vrouw een pan met eten meebrengt, en van elke vrouw krijg je 1 gang. Tot mijn grote spijt heb ik zelf die ochtend een pan quinoasoep gemaakt, waardoor ik 4 volle borden weg moet zien te krijgen, eten laten staan is onbeleefd. Het lukt me om af en toe een aardappel te lozen aan de hond onder de tafel, maar rijst laten verdwijnen is een stuk lastiger. Ik vind het verschrikkelijk om tegen mijn zin in te moeten eten en 1 zin spookt telkens door mijn hoofd ´Denk aan de hongernegertjes in Afrika´ en ik vraag me af hoe lang het duurt voordat je maag zo vol zit dat je slokdarm vol gaat zitten en vervolgens je keelgat. Die nacht kan ik niet slapen, lig wakker van de kou en moet wel 6 keer naar buiten om mijn diarree tussen de maïsplanten te mikken. Ik heb zin om heel hard naar huis te rennen. Ik droom over mijn eigen zachte bed, terwijl ik in Nederland altijd klaag over dat ie te hard is. Alle ellende is relatief.
De volgende morgen begroet ik een nieuw gezicht aan het ontbijt. Een jongeman, ongeveer 25 jaar, Aymara muts op waar een paar zwarte tanden onder vandaan lachen. Hij en Alejandro hebben een gesprek in het Aymara, en hoewel ze zeggen dat Aymara op Nederlands lijkt (de “g” en “k” klanken) begrijp ik er geen snars van. Totdat Alejandro keihard begint te lachen en ik vraag wat er is. ´Hij durft z´n vrouw niet meer aan te raken!´ roept Alejandro, en ik begin te lachen. Maar de man switcht naar het Spaans en legt serieus uit dat zijn vrouw bij haar laatste zwangerschap bijna overleed, en dat hij haar nu dus met geen vinger meer durft te betasten. ´En condooms dan?´ vraag ik. De man kijkt me niet begrijpend aan.
Ik hoef geen seconde na te denken, spurt naar mijn kamer en kom terug met 2 condooms en mijn pilstrip (die condooms werden tijdens carnaval in La Paz door HIVOS uitgedeeld, goede timing zou ik zeggen). Ik vertel hem dat in Nederland bijna alle meisjes de pil gebruiken, en de man zegt ´Dan zal ik gelukkig zijn en iedere vrouw pakken´. Na een kort moment van twijfelen, de risico´s bij verkeerd gebruik overdenkend, overhandig ik hem de 2 condooms. ´Is het om in te nemen?´ vraagt de man. Ai. Even ben ik stil, van mijn stuk gebracht door deze onwetendheid. Waar is ZoetZuur als je haar nodig hebt? Even verdrink ik in een fantasie, zie ons spelen in deze kamer, Annelien met haar banaan en de viruscellen rollend over de grond. Ik kan een lach niet onderdrukken, maar wordt ook opgewonden van deze nieuwe kans. Afrika is passé, hier moeten we zijn, op het platteland in Bolivia! Hier willen de mensen weten en hier weten ze nog niks! Ik neem mijn taak als voorlichter serieus, en leg de man alles uit, na al dat getheatraliseer over taboes, eindelijks eens de klare taal! Na ons gesprek ga ik naar buiten om water te halen, en zie in mijn ooghoek dat de man vol trots de condooms aan de andere mannen laat zien. Ik ben blij voor hem, maar tegelijk ook verontrust voor alle mannen en vrouwen met hetzelfde probleem. Misschien moet Theatre Embassy hier eens iets met seksuele voorlichting gaan doen?
Vrijdag heerst er drukte in het stadje. De school heeft vakantie, en iedereen maakt zich klaar op het plein om met geoogste verkoopwaar de lange reis per vrachtwagen af te leggen. De leraren gaan 3 weken naar familie in de stad, en de leerlingen en ouders reizen met hun mee: zij gaan 3 weken werken in Los Yungas voor wat extra geld. Los Yungas is meer dan 12 uur reizen van Copusquia en heeft het tegenovergestelde klimaat, vochtig en warm en dus geschikt voor sinaasappel-, ananas- en cocaplantages, etcetera. De meeste gezinnen hebben een eigen stuk land met een huisje. Ik probeer me te verplaatsen in deze absurde situatie en bedenk me dat dit hetzelfde zou zijn als ik schapen fok op Terschelling en tegelijk een wijngaard in Zuid-Spanje moet runnen. Met veel respect kijk ik naar de vertrekkende mensen om me heen, hou nog snel een interview met Profesora Elisabeth en wens iedereen dan een goede reis.
Een paar dagen later vertrekken ook wij, na nog wat dorpjes te hebben bezocht, bijna uitgehuwelijkt te zijn in communidad Surani (knappe jongen overigens, maar heb hem maar eerlijk vertelt dat ik niks weet dieren en planten, dat ik niet kan naaien en dat het me maar niet lukt om mijn was met de hand echt schoon te krijgen, en toen keek hij wel wat bedenkelijker), na meer aardappelsoep en nóg meer aardappelsoep bij het ontbijt, na coca te hebben gekauwd met de oude vrouwtjes, na al mijn kleren te hebben weggegeven aan de 6 zussen van Gustabo, en na elke ochtend te zijn opgestaan met de vraag: hoe worden mensen wakker zonder wekker?
Ik zit voorin de bus, en achterin zit het propvol vrouwen, mannen en kinderen die allen op weg zijn naar Los Yungas. Ineens barst de vrouw achter me in huilen uit, alsof ze het met al haar kracht tot nu toe in heeft weten te houden. Ze vertelt dat er vanmorgen vroeg een ongeluk is gebeurd op de route naar Copusquia en dat haar man en zoon er bij betrokken waren. Ze heeft een kort telefoontje gehad van haar man, dat ze in het ziekenhuis zijn, maar ze kan hen verder niet meer bereiken en is daarom in wanhoop in onze bus gestapt. Haar jammerklachten snijden als messen door mijn lichaam, en ik word weer opnieuw bang van de kruisjes langs de kant van de weg en besluit in mijn hoofd actief met Alejandro ´mee te rijden´.
In communidad Paretty houden we een stop om stoffen uit te delen, ik spring uit de bus om limonade uit te delen maar schrik van de kindjes die uit de bus komen kruipen. Ze hebben bloedige wonden op hun gezichtjes, en ik vraag de moeder of ik ze mag bekijken. Het ziet er akelig uit. Ik pak mijn koffertje erbij, en probeer met alle kennis die ik in me heb de wonden te verzorgen. Ik geef de moeder mijn anti-infectie Dr. Vogel creme, met het advies het tweemaal daags te gebruiken. De kinderen kunnen ook wel wat extra voeding gebruiken, dus ik geef ze mijn hardgekookte eieren en chocoladekoekjes. De jammerende vrouw houd ik rustig met koude slokjes water. En dat terwijl Alejandro een eindje verderop gekleurde bollen wol staat te verdelen aan de mensen van Paretty, wol om bloemen voor de kostuums van te maken.
In één klap komt alles samen. Ik zie mezelf van bovenaf handelen als in een filmshot, veels te bijdehand en alerter dan normaal. Ik ben hier niet alleen theaterdocent of cultureel stimulator, ik ben hier ook dokter, psycholoog en seksueel voorlichter, en ik wil alles tegelijk zijn, ik wou dat ik overal meer vanaf wist om deze mensen nog beter te helpen. Mijn chocoladekoekjes, de blanke die snoepjes uit deelt, dat is het negatieve beeld van de ontwikkelingswerker die iets brengt maar alleen maar meer honger achterlaat. Maar dat is niet wat ik ervaar, ik geef een beetje hulp, persoonlijke ontwikkelingshulp op microniveau zou ik het noemen, maar het is wel echt en dankbaar. Echter dan een aidsvoorstelling maken in Oeganda met jongeren die door de jaren van voorlichting immuun zijn geworden voor het onderwerp, echter dan gehandicapte kinderen vermaken in een ziekenhuis in Guatemala terwijl de zusters moe zijn van telkens nieuwe vrijwilligers. Ik wil dit echte en dankbare. Meer.
