THEATERMAKEN IN COPUSQUIA
Locatie: Copusquia - Bolivia - Latijns Amerika
Project: Tierra Espiritual
Ambassadeur: Sara ter Beeke
Sara ter Beeke
Theatermaker
26 mei 2009
De chauffeur maakt nog snel een schietgebedje: een kruisje, een kus op de duim, de duim op het stuur. Het is al donker, kronkelige wegen, wegen die in Nederland niet eens de naam ruiterpaden zouden mogen dragen, afgrijselijke afgronden, scherpe stenen, nergens een vangrails te bekennen. In het licht van de auto zie ik kruisjes met bloemen naast de weg staan. Opeens verdwijnen al mijn angsten voor enge taxichauffeurs die me zouden kunnen ontvoeren, voor bacteriën die me een voedselvergiftiging zouden kunnen opleveren, voor schorpioenen die me zouden kunnen bijten. Eerste gedachte: niet naar beneden vallen, niet naar beneden vallen, niet…
Het is al laat in de avond als we aankomen in het dorpje Chipo. In het donker moeten we afdalen naar het huis van de moeder van Alejandro. Mijn zaklamp uit Nederland wordt met veel bewondering aanschouwd. Ik denk: zo´n simpel dingetje van de Perry Sport? Onder mijn schoenen rollen kleine steentjes weg. Geconcentreerd blijf ik naar het paadje kijken, en die ene gedachte blijft me achtervolgen: niet vallen, niet vallen, niet vallen. Sara niet vallen. Het ziekenhuis is 7 uur rijden hier vandaan… Pas bij aankomst richt mijn blik zich omhoog, en wat is zie is duizenden en duizenden sterren. Het is prachtig. Maar shit, waarom weet ik niks van sterrenbeelden?
De volgende dag wordt ik wakker in een schilderij van Bob Ross, maar dan een miljoen keer mooier. Een groen dal, in de verte akkers en dorpjes, achter die bergen weer meer bergen met toppen van sneeuw. Beneden stroomt een rivier, die je kan horen als je goed luistert. De lucht is koud. Dauw op de bladeren. Ik moet plassen en zoek een plekje in het maïsveld. De wc is hier overal. Een hond komt op me afgerend en met mijn handen moet ik hem van me afduwen terwijl ik me gehurkt tussen de maïsplanten begeef. Dat vergt wat coördinatie.
Van Chipo naar Copusquia is een half uur lopen bergopwaarts. Het college van Copusquia ligt er wonderschoon bij. Om 2 uur luidt er een bel en rennen de kinderen de klassen uit het grasveld op. Daar worden ze door een lerares met een stok in een soort mars gedirigeerd. De leerlingen die vandaag stout zijn geweest staan in een aparte rij en krijgen een trek aan de haren. Ik word geïntroduceerd en de lerares legt de kinderen uit wat de bedoeling is. Deelname aan de theaterlessen is vrijwillig voor de kinderen. Dan word ik geacht een praatje te houden. Voor de hele school. Ik ben onwijs zenuwachtig en mijn lippen trillen.
Die zenuwen gaan gelukkig snel over wanneer we staan op te warmen op het grasveld. Lekker bewegen is fijn wanneer je een nacht op een hard hooien matras hebt geslapen (of niet hebt geslapen). De kleintjes van 7 jaar kunnen de bewegingen soms niet helemaal precies volgen, maar ze hebben wel plezier. Dat plezier wordt helemaal ultiem wanneer ik in het Spaans begin te tellen. Helemaal fout. Het is “MAYA PAYA CIEMSA!” zeggen de kinderen. Dat is Aymara. Had ik dat kunnen weten? Goed, opnieuw. Best lastig, een choreografie uitvoeren en tellen in het Aymara tegelijkertijd. Natuurlijk gaat het één keer fout, en wat volgt is een zee van kinderlijke gilletjes, kreetjes en imitaties. Ik voel me héél dom. Reis je als idealistische theatermaker af naar de verste oorden die onze wereld kent, ben je niet eens voorbereid op het feit dat er in het Aymara geteld moet worden. Maar die gedachte hak ik gelijk weer af het is toch zo´n Westers idee dat je altijd maar goed, beter, best moet zijn. En waar zijn we hier? In Bolivia. Dus.
De kinderen in de dorpjes van Copusquia zijn nogal introvert, enerzijds hoort het bij de cultuur van de dorpjes maar anderzijds wordt die verlegenheid verergerd omdat de docenten zich autoritair gedragen ten opzichte van de kinderen. De kinderen gedragen zich daarom altijd timide als er een leraar bij is. Ik kom dit probleem ook tegen. Wanneer ik de kinderen iets vraag, duurt het een tijdje voordat er één antwoord durft te geven. Gelukkig volgen er dan meer. Het plan om maskerspel met dieren te gaan doen was een goed idee. De kinderen kennen allerlei dieren uit hun eigen leefomgeving, en kunnen zich daardoor snel verplaatsen in dieren. Een aantal jongetjes wérden echt honden, begonnen tegen elkaar te blaffen, te vechten. Daarentegen moest ik één verlegen meisje letterlijk aan de hand meetrekken. Ze durfde niet, maar mijn uitgangspunt is: iedereen moet. Even twijfel je of je wel de juiste keuze hebt gemaakt, maar als je de lach ziet van het meisje nadat ze even als een kat op de spelvloer heeft gezeten, dan weet je genoeg.
Terug in het kamp. Het wordt vroeg donker. Gekookt moet er worden. Water halen, afwassen met een zaklamp in je mond, een kip in stukken hakken. En dan ontdek je ineens het volgende: je kennis van een bepaalde zaak schiet nogal tekort: DE NATUUR. Dacht je dat je met je Natuurwinkel wel het één en ander wist, vergis je je volkomen. Na het snijden van de wortels loop ik hulpeloos rond met mijn bordje schillen. Mag een ezel wel of geen wortel? Of kan ik het beter aan de varkens geven? Stel je voor dat ik ze ziek maak! Gelukkig schiet de zus van Alejandro me te hulp. Wortelschillen geef je aan de schapen. Dan nog zoiets: vuur maken. Onderweg naar het huis stoppen we bij een bergwand om takken te verzamelen. Feministe die ik ben spring ik met de mannen mee de bergwand af. Geen idee welke takken goed zijn en welke niet. Ik herinner me iets over nat en droog… Nat lijkt me niet handig. En vervolgens verzamel ook ik een schamel bosje bij elkaar. Zo kan ik nog wel even doorgaan: wanneer kan je maïs oogsten, hoe melk je een koe, welke kruiden hebben welke werking, etcetera, etcetera. Nog eentje dan: ik heb een hele warme fleece meegenomen uit Nederland. Die vindt iedereen hier reuze interessant. Maar op de vraag welk dier het was moest ik de eerste keer heel diep nadenken. Wol, wol, wol, wol, wol… schaap! Oja, schaap! Natuurlijk.
Naast 5 workshops met kinderen (Copusquia 3, San Pablo 1, Surani 1) heb ik 2 workshops gegeven aan de docenten in Copusquia. Veel simpele spelletjes gedaan zoals De Hooligan (un, dos, tres, quatro, etc.) en Fruitmandje (manzana, frutilla, platano). Uit deze spelletjes bleek dat de docenten weinig lichamelijke coördinatie hebben. Ook liet ik ze zich voorstellen met hun naam plus een beweging. De leraren reageerden hierop heel verlegen, bijna net zo verlegen als de kinderen, met veel giebelen en excuses. Toch gingen ze uiteindelijk allemaal uit zichzelf, ik gis omdat ze zich iets bewuster zijn van de groepdruk. Naast de spelletjes en voorsteloefeningen hebben we gewerkt aan maskerspel. De leraren reageerden heel berekenend, bijvoorbeeld: de zon gaat op en onder dus hoe speel je de zon? Je wandelt een cirkeltje op de vloer. Ik vond het moeilijk om uit te leggen dat het meer gaat om een interpretatie van het element zon dan om het weergeven van wetenschappelijke feitjes. Wat wil je ook in 2 workshops? De dieren gingen de leraren wat beter af, net zoals de kinderen eigenlijk. Met veel leuke vondsten zoals een hand die kwispelt als een hondenstaartje. In workshop 2 liet ik de docenten ook nog situaties improviseren. De leraar waarvan ik had gezien dat hij elke dag de stoute kinderen een tikje geeft, gaf ik het volgende kaartje: “Je bent verdrietig omdat de leerlingen niet willen luisteren”. Maar 3 keer raden wat hij speelde? Jawel, een bóze leraar. Nu werd hij een keertje terechtgewezen. De volgende keer dat ik workshops ga geven aan de leraren, heb ik een klein boekje gemaakt met diverse theateroefeningen en lesopzetten. Zo kunnen de leraren straks in de toekomst zelf met de kinderen aan de slag.
Het is weer donker. We zitten aan de tafel in ons huis, met een gaslamp als enige lichtbron. Boris heeft de harde broodjes au-bain-marie zacht gekregen. Heerlijk als je honger hebt. We eten wat salade. Doris doet voor hoe ze in Canada heeft leren drinken. Alejandro legt Maíra op bed. De radio op batterijen heeft nog geen minuut hetzelfde signaal opgevangen. De ezel komt langs het raam gelopen en de honden blaffen in verte. Ik probeer wat te lezen. Waar ik de eerste dag nog fris en schoon aan tafel zat, zit ik er nu bij als een verlopen kat. Maar het voelt heerlijk. Mijn fleece vies van de lammetjes die ik heb vastgehouden, van rennen door het maïsveld, van zitten voor het vuur. Soms, soms voel ik me schuldig dat ik hier mag zijn. De blanke die zo nodig het primitieve leven in wil. De blanke die de wereld wil redden. Alle ontwikkelingshulp moet worden stopgezet, zegt Dambisa Moyo (Zambiaanse econome). Ik probeer me een mening te vormen over die vraagstelling. En kan ik het emotioneel niet eens zijn met deze stelling, want hier werken voelt goed. De mensen zijn open en geïnteresseerd, nog niet verneukt door massatoerisme en de ene na de andere goeddoener die langskomt. Ze vragen hoe je heet en willen dat je alles vertelt over Nederland. Ook de organisatie heeft mij positief verrast. De samenwerking tussen de verschillende soorten mensen. Alejandro die Aymara spreekt en is opgegroeid in het gebied. Doris die wat meer afstand kan nemen en veel weet van antropologie en theater. Boris die met foto´s en video alles vastlegd. Berith die coördineert vanuit Nederland. En de korte bezoeken van Dayna (dans) en ik voor de korte creatieve stimulansen. Het project zit prachtig in elkaar en de aanpak is goed. Maar de effecten die het heeft op de mensen, die heb ik nog niet kunnen grijpen. Wel heb ik even gesproken met een oude vrouw in Surani, die de eer heeft te hebben gedanst met onze Minister Koenders. Zij spreekt vol lof over het project.
En hoe ging het verder? Na dag 2 was de accu van mijn camera leeg en kon ik het wel vergeten met het mooie plaatjes schieten. Gelijk maar weer loslaten. Internet? Geen seconde gemist. Mobiel? Geen seconde gemist. Warme douche? Ja, gemist. Cavia? Niet gegeten. Voelde ik me een buitenstaander? Zowel ja en nee, maar toch weer minder dan in Oeganda of Kenia. De cultuur lijkt begrijpelijker. Heb ik een boek gelezen? Ja, misschien 10 bladzijden. Was het koud? Vooral ´s nachts. Verbrand? Ja. Nog ziek geweest? Maar 1 keer. Moe nu? Ja moe nu. Behoorlijk. Wat een indrukken en wat een ander leven… Mijn woorden zijn op. De volgende keer weer meer verhalen en indrukken.
